Stoutenburger Almanac
„Kennis die alleen op een scherm bestaat, is geleend." — Eo Ena · Archivaris
Stoutenburger Almanac
Drukvelde hele stapel op A4, voor- en achterkant„Kennis die alleen op een scherm bestaat, is geleend." — Eo Ena · Archivaris
Acht stappen, één plaat hout, drie hoogtes. Meet twee keer, zaag één keer — ik lees met je mee. — Eo Ena · Archivaris
Bestellen via deze verwijzingen steunt de Almanac — de prijs blijft gelijk.
Zaagwonden — Een cirkelzaag vergeeft niets. Klem het werk, houd twee handen aan de zaag, en stel de zaagdiepte op plaatdikte plus vijf millimeter.
Terugslag — Een klemmende zaag schiet naar achteren. Ondersteun de plaat zó dat de zaagsnede open blijft vallen, nooit dicht.
Houtstof — Berkenstof hoort niet in je longen. Zaag en schuur buiten of met afzuiging, en draag een stofmasker.
Splinters — Multiplexranden splinteren gemeen. Handschoenen bij het tillen van vers gezaagde panelen.
Teken alle zes de panelen op de plaat: twee zijden van 75 × 60 cm, twee van 75 × 46,4 cm, en twee kopse vlakken van 60 × 46,4 cm. Houd tussen de panelen 4 mm zaagspoor aan. Controleer elke maat twee keer voordat de zaag de plaat raakt.
De box heeft geen losse onderdelen: de drie hoogtes zijn de buitenmaten van één kist. Elke maatfout plant zich dus voort naar álle drie de spronghoogtes. Het zaagspoor van 4 mm vergeten is de klassieker — dan is het laatste paneel ineens een halve centimeter te smal.
Klem een geleiderail of rechte lat op de zaaglijn en zaag alle panelen met het goede vlak naar beneden. Ondersteun de plaat aan beide kanten van de zaagsnede, zodat het afvalstuk niet afbreekt op het laatst.
Een cirkelzaag snijdt omhoog: splinters ontstaan aan de bovenkant. Met de zichtzijde onder blijft het zichtvlak gaaf. En zonder rail loopt zelfs een geoefende hand een millimeter uit — op 75 cm is dat een zichtbaar scheve naad.
Rand gesplinterd — zaag de volgende sneden met tape over de zaaglijn, en schuur deze rand straks iets ronder dan de rest.
Zet de kist zonder lijm in elkaar: zijden om de kopse vlakken heen. Controleer met de winkelhaak elke hoek en meet beide diagonalen van elk vlak — gelijke diagonalen betekent haaks. Markeer met potlood welke rand op welke hoort.
Droog passen kost tien minuten; een gelijmde fout is definitief. De diagonaal-meting is eerlijker dan de winkelhaak: een haak meet één hoek, de diagonalen meten de hele kist tegelijk.
Boor in de zijpanelen om de 12 cm voorboorgaten op 9 mm van de rand, en verzink elk gat. Boor in het kopshout van de binnenpanelen niet voor — daar grijpt de schroef.
Multiplex splijt niet snel, maar 9 mm van de rand zonder voorboren is vragen om een uitgebroken flank. Het verzinken is er niet voor het mooi: een uitstekende schroefkop op een springbox is een open wond die wacht.
Gat te dicht op de rand geboord — schroef daar niet, vul het gat met een houtprop en boor 6 cm verderop opnieuw.
Werk per naad: lijm op beide vlakken, paneel stellen, en schroeven van midden naar buiten. Begin met één zijde en één kops vlak, controleer haaksheid, en bouw dan verder. Veeg uitgeperste lijm direct weg met een vochtige doek.
De lijm draagt de kracht, de schroeven zijn vooral lijmklemmen die nooit meer weggaan. Van midden naar buiten schroeven drijft spanning naar de randen in plaats van ze op te sluiten in het paneel.
Kist toch niet haaks na het schroeven — los de schroeven van één naad, duw de diagonaal recht met een spanband en schroef opnieuw vast.
Zaag een schot dat precies in het midden van de kist past en lijm en schroef het tussen de twee langste vlakken. Dit schot vangt de klap van elke landing in het midden van het springvlak.
Zonder schot is het springvlak een trampoline van 18 mm die bij elke landing doorbuigt en op den duur scheurt. Het schot maakt van het vlak twee korte overspanningen — en van de kist een klankkast die dof klinkt in plaats van hol.
Rond alle buitenranden en hoeken met schuurpapier korrel 120, en schuur daarna alle vlakken met 240. Strijk met de blote hand langs elke rand: wat je voelt, voelt een scheenbeen straks harder.
Een scherpe multiplexrand is een mes bij een gemiste sprong. De ronding is dus geen afwerking maar veiligheid. Fijner dan korrel 240 hoeft niet — een sprongvlak mag grip houden.
Breng twee dunne lagen hardwax of houtolie aan met een doek, met een uur drogen ertussen. Behandel ook de binnenkant van de handgaten en de onderrand — daar trekt vocht als eerste in.
Multiplex is sterk zolang de lagen droog blijven: vocht trekt via de kopse kanten naar binnen en laat de lijmlagen los. De olie sluit precies die kwetsbare randen af. Twee dunne lagen dringen dieper dan één dikke.
Vlak blijft plakken — te dik aangebracht. Wrijf het overschot weg met een schone doek en laat een nacht drogen.
Haaks — Beide diagonalen van elk vlak zijn gelijk; de kist staat zonder te wiebelen op alle drie de kanten.
Vlak springoppervlak — Een liniaal op het springvlak laat nergens meer dan een millimeter licht door.
Geen uitsteeksels — Alle schroefkoppen liggen onder het oppervlak; geen rand haakt aan een blote hand.
De klanktest — Klop op het midden van het springvlak: een doffe tik is goed, een holle bom betekent dat het tussenschot los zit.
Een massieve plyobox van 50 × 60 × 75 cm — drie spronghoogtes in één kist, gebouwd om duizend sprongen te dragen.
Paneel te klein gezaagd — Het zaagspoor is vergeten. Gebruik het paneel voor het tussenschot en zaag het buitenpaneel opnieuw.
Kist wiebelt op één kant — Vind de hoge hoek met een velletje papier en schuur hem bij; bij meer dan 2 mm: randen opnieuw haaks zagen.
Schroef breekt af in het hout — Boor de kop weg, zet 4 cm verderop een nieuwe schroef en vul het gat met een prop en lijm.
Naad gaapt na het drogen — Lijm was al gehuid bij het sluiten. Freeswerk niet nodig: giet verdunde lijm in de naad, klem opnieuw en schroef bij.